Nieuwe berekening vermogensbelasting

Publicatie: 13 februari 2017

Vanaf 2017 verandert de vermogensbelasting. Tot en met vorig jaar ging de belastingdienst uit van 4% rendement per jaar over vermogen. Over dit rendement betaalde u vervolgens 30% belasting. Omdat de veronderstelde 4% met de huidige lage rentes onrealistisch bleek, heeft de belastingdienst vanaf 2017 een wijziging doorgevoerd.


De belastingdienst houdt de huidige 30% belasting over een verondersteld rendement op sparen en beleggen in stand. Het rendement van 4% wordt echter aangepast. Er wordt onderscheid gemaakt tussen spaarrendement en beleggingsrendement. Daarbij worden er ook drie staffels geïntroduceerd en stijgt het vrijgestelde vermogen van € 24.437,- naar € 25.000,-.


Het spaarrendement is gebaseerd op het 5-jaars gemiddelde rendement op spaargeld (1,63%). Het beleggingsrendement is berekend door het gemiddelde rendement te nemen op aandelen, obligaties en onroerende zaken over 15 jaar (5,39%). Naarmate het vermogen stijgt, verwacht de belastingdienst dat een groter deel wordt belegd. In de onderstaande tabel is de berekeningsmethodiek verder weergegeven:

 

Schijf

Box-3 vermogen

Sparen 1,63%

Beleggen 5,39%

Gemiddeld rendement

30% Belasting

0

Tot €25.000

Heffingsvrij

1

€25.000 - €100.000

67%

33%

2,87%

0,861%

2

€100.000 - €1.000.000

21%

79%

4,60%

1,38%

3

Vanaf €1.000.000

0%

100%

5,39%

1,617%

 

In de nieuwe regeling hebben mensen met lagere vermogens een voordeel. Het heffingsvrije vermogen waarover geen belasting moet worden betaald stijgt. Daarnaast is de belastingdruk is in de eerste schijf (tot € 100.000,-) lager geworden. Vanaf de tweede schijf (van € 100.000,- tot € 1.000.000,-) wordt de belastingdruk echter hoger. Komt uw vermogen boven de € 1.000.000,- uit, dan stijgt de belastingdruk aanzienlijk.


Heeft u een box-3 vermogen lager dan € 245.000,-? Dan levert de wijzing een besparing op. Is uw vermogen in box-3 hoger dan betaalt u met de nieuwe regeling juist meer belasting.